CAPP2 (Colorectal Adenoma/carcinoma Prevention Program)

Studie resultaten bekend: Bescherming houdt op waar Lynch Syndroom begint

Persbericht,

Cicero, Leiden 11 december 2008

Uit een aantal onderzoeken is gebleken dat aspirine bescherming biedt tegen kanker in de dikke darm. Dat biedt nieuwe perspectief voor dit veelgebruikte medicijn, ooit een pijnstiller en tegenwoordig een bloedverdunner. Uit onderzoek met ratten is gebleken dat zetmeel-vezels, juist diegene die niet door de dunne darm verteerd kunnen worden en pas gaan fermenteren in de dikke darm, tot iets soortgelijks in staat zijn.

Om uit te zoeken of mensen die lijden aan het Lynch Syndroom (LS) ook gebaat zijn bij het gebruik van deze twee stoffen, is er in 1996 een internationale studie gecoördineerd door John Burn, Universiteit van New Castle, begonnen. Hans Vasen (afdeling MDL-ziekten, LUMC) was hier namens Nederland bij betrokken. Personen die aan LS lijden lopen een sterk verhoogd risico op dikke-darm kanker, omdat ze een afwijking hebben in een gen dat DNA schade repareert. Hierdoor neemt de hoeveelheid DNA-schade in cellen enorm toe. Als er op een gegeven moment een gen beschadigd wordt ,waardoor de celdeling stuurloos wordt, kan er een darmpoliep ontstaan. Darmpoliepen groeien in geval van het Lynch Syndroom vaak uit tot darmkanker.

Wereldwijd waren ongeveer 1000 mensen die aan LS lijden bij de studie betrokken. Deze werden opgedeeld in vier groepen, waarvan de eerste twee respectievelijk een dosis aspirine en zetmeel-vezels of een dosis placebo kregen toegediend en de overige twee repectievelijk zetmeel-vezels of placebo . Artsen hielden bij of er darmpoliepen of darmkanker ontstonden. Toen de studie was afgerond, bleek dat het toedienen van aspirine en zetmeel-vezels geen enkel effect had gehad: ongeacht het gebruikte middel, was bij circa 18% van de personen darmpoliepen ontstaan.
Hoe was dit te verklaren? De onderliggende oorzaak voor darmkanker bij LS-patiënten is niet per se hetzelfde als die voor andere patiënten. De beschermende werking is misschien wel te soft voor LS-patiënten, omdat bekend is dat bij deze aandoening poliepen zich in korte tijd kunnen ontwikkelen tot darmkanker.
De onderzoekers concluderen dat de zetmeel-vezels en aspirine zeer waarschijnlijk geen bescherming bieden tegen dikke-darm kanker in geval van LS. Het artikel over deze studie verschijnt deze maand in New England Journal of Medicine.


Dit was het studieprotocol

Dit betreft een internationale studie naar het effect van aspirine en resistent starch

Wat is Hereditair nonpolyposis colorectaal carcinoom (HNPCC)
Hereditair betekent erfelijk. Colorectaal carcinoom is een kwaadaardige tumor van de dikke darm (colon) of endeldarm (rectum) . Het woord nonpolyposis verwijst naar het feit dat bij deze aandoening geen sprake is van de ontwikkeling van tientallen polie­pen (uitstulpsels) zoals bij een andere erfelijke vorm van dikke darm kanker (polyposis) (zie informatie elders op deze site).

Erfelijkheid
Chromosomen zijn de dragers van al onze erfe­lijke eigen­schappen. We erven twee kopieën van elk chromosoom, één van elke ou­der. HNPCC wordt veroor­zaakt door een verande­ring in een be­paald gen op chromo­soompaar 2 of 3. Als een kopie van het HNPCC-gen niet goed werkt, zullen zich uitein­delijk poliepen in de darmen vormen. Uit deze poliepen kunnen kwaadaardige tumoren ontstaan.
In veel families kan nu al door middel van bloedonder­zoek wor­den bepaald welke fami­lieleden het afwijken­de HNPCC-gen heb­ben geërfd, zelfs voordat er polie­pen zijn.
Meer infor­matie over HNPCC kunt u lezen in de folder uitgegeven door de Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren, of op de informatie over HNPCC elders op deze site.

Wat beïnvloedt de groei van de poliepen
(1) Uit verschillende onderzoeken is gebleken is dat aspirine of een op aspirine gelijkend medicijn de poliep­groei deed verminderen in som­mige patiënten.

(2) In verschillende landen van de wereld, waar men een totaal ander voedingspatroon heeft met erg veel zetmeel, lijkt het erop dat dit het risico op de ontwikkeling van darmkanker vermindert. We vermoeden dat een bepaald type zet­meel het meeste effect heeft, we noemen dit "resistent (moeilijk verteerbaar) ­zetmeel".

Deze twee feiten zijn de basis voor het zogenaamde CAPP2 project.

Wat is het doel van het CAPP project?
We willen nagaan of resistent zetmeel of aspirine de poliepgroei gunstig beïnvloedt bij personen die een afwijkend HNPCC-gen hebben geërfd. We hopen 1200 personen uit Euro­pa en Amerika in de studie te kunnen betrekken. Aspirine zal dagelijks in tabletvorm worden gegeven. Resistent zetmeel wordt in poedervorm verstrekt dat kan worden gemengd met het voedsel. Deze producten dienen in elk geval twee jaar te worden gebruikt.

Om te bepalen of de behandeling werkt is het voor de studie belangrijk om groepen te vergelijken die de boven­omschreven behandeling hebben gehad met andere die een plaatsvervangend middel zonder de werkzame stof (placebo) kregen. Er zullen vier groepen worden ge­vormd:
· groep 1 krijgt aspirine en resistent zetmeel;
· groep 2 krijgt aspirine en normaal zetmeel;
· groep 3 krijgt een niet-werkzame vervanger van aspi­rine en resis­tent zetmeel;
· groep 4 krijgt een niet-werkzame vervanger voor aspi­rine en nor­maal zetmeel.

Weten studie deelnemers tot welke groep ze behoren?
Neen. De keuze zal willekeu­rig zijn. Aan het eind van de studieperiode zal bekend wor­den gemaakt in welke groep elke deelnemer was ingedeeld.

Zal de behandeling worden gewijzigd als men toe­stemming geeft om mee te doen?
De groei van poliepen zal worden bekeken tijdens de normale routinecontroles (colonoscopieën). Daarnaast zullen microscopisch de ontwik­kelingen van poliepen in een zeer vroeg stadium in de gaten worden gehouden. Door mee te doen aan deze studie zal de behande­ling op geen enkele manier worden gewijzigd. Als men geopereerd dient te worden, zal deze beslissing niet worden beïnvloed door de studie..

Wat gebeurt er als een deelnemer zich terugtrekt uit het project?
We begrijpen dat er vele redenen kunnen zijn waar­om mensen zich uit de studie willen terugtrekken. Neemt u alstublieft contact op met de Stichting Op­sporing Erfelijke Tumoren en vertel hen de redenen voor uw besluit. Als u besluit niet meer mee te doen met deze studie zal dit uw behandeling in de toe­komst op geen enkele wijze beïnvloeden.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de
projectcoördinator voor Nederland:
Dr. H.F.A. Vasen, internist
Medisch directeur
Stichting Opsporing Erfelij­ke Tu­moren
p/a Academisch Ziekenhuis Leiden
Rijnsburgerweg 10, gebouw 50
2333 AA Leiden
tel. 071-5261955